First impressions

Er zijn zo van die eerste keren… De eerste keer dat ik Calvin and Hobbes las, bijvoorbeeld, was in het bed van de zus van een meisje waar ik hevig verliefd op was, na een hevige nacht. Die zus was elders, de hevigheid van de nacht bestond vooral uit veel drank, tussen het meisje en mij was niets gebeurd. Maar Calvin and Hobbes was balsem voor mijn bonkend hoofd.

Zij had de strip opgepikt van een Amerikaan en wist me te vertellen dat de tekenaar op dat moment geen nieuwe afleveringen meer tekende. Wat apart…

Ik kende de figuurtjes al wel, het was begin jaren ’90 en C&H waren inmiddels ook in Nederland doorgedrongen tot het publieke domein. Dat was snel gebeurd.

Bill Watterson begon zijn strip in 1985, en de levensloop ervan was al net zo turbulent als het leven van zijn menselijke hoofdpersoon. In 1991 was de tekenaar de beperkingen van de commerciële uitbating van zijn werk zo zat dat hij een sabbatical nam. Daarna kreeg hij meer vrijheid van zijn uitgevers, met name rond het format van de zogenaamde zondagsstrips, maar in 1995 gooide Bill (na een tweede sabbatical) het bijltje er definitief bij neer. Alles bij elkaar tekende hij de strip dus maar negen jaar.

Vergelijk dat eens met Charles Schulz, die zijn Peanuts vijftig jaar produceerde zonder een enkele onderbreking (!)en bovendien altijd in hetzelfde format.

Toch zijn er evenzogoed parallellen te zien tussen de twee series. In beide gevallen beleeft de lezer de verhaaltjes vanuit het perspectief van een kind. In beide series is de grens tussen de realiteit en de fantasie van het kind vaag. Bij C&H wordt de illusie verbroken wanneer er een volwassene in beeld komt — dan verandert tijger Hobbes in een speelgoedbeest. Bij de Peanuts komen geen volwassenen in beeld en blijft de lezer dus altijd in het ongewisse.

Calvin is anarchistischer dan Charlie Brown, gewelddadiger ook, en bepaald minder filosofisch (ondanks de expliciete verwijzing in zijn naam en die van zijn tijger). Maar vergis je niet! Ook Charlie Brown kon zeker in zijn vroege jaren nog wel eens hard uit de hoek komen, verbaal én fysiek.

In beide series (her)beleef je de fantasie van de kinderwereld. Alleen bij C&H komen ook de ouders in beeld, met wie je eigenlijk alleen maar heel veel medelijden kunt hebben. Wat dat betreft komt de vader van Charlie Brown, een kapper, er beter vanaf: als er al over hem wordt gepraat is dat meestal met mededogen.

Wie is de betere tekenaar? Watterson tekent veel gedetailleerder en tegelijk veel plastischer dan Schulz. Maar Schulz is dan ook de absolute meester van het minimalisme. Daar staat tegenover dat de platen van Watterson soms bijna letterlijk van het papier spatten, zeker bij de latere zondagse afleveringen.

Die eerste echte kennismaking met C&H beviel goed. Toch zou het nog een tijd duren voordat ik er zelf wat van in huis haalde. Toen ik eind 2005 eindelijk afstudeerde als natuurkundige, trakteerde ik mezelf op de complete Calvin and Hobbes, dat net in drie kloeke banden was uitgebracht. Zodat ik nu dus zowel van Schulz als van Watterson de complete series in de kast heb staan (en met enige regelmaat herlees).

Met dat meisje dat me als eerste Calvin and Hobbes in handen duwde is het nooit wat geworden. Ook zonder haar was C&H wel in m’n boekenkast beland. Maar zonder die eerste kennismaking was het toch weer net even anders geweest.

Bill Watterson, The Complete Calvin and Hobbes, 2005