Dik een kwart eeuw geleden, in 1999, produceerde de BBC de serie Walking with Dinosaurs. Terug in de tijd, van 225 tot 66 miljoen jaar geleden, het tijdperk waarin dino’s de aarde ‘regeerden’ samen met nog een aantal indrukwekkend grote beesten.
Het was een instant hit. De digitale techniek stond weliswaar nog in de kinderschoenen — baanbreker Jurassic Parc was zes jaar eerder in de bioscopen verschenen — maar een slimme combinatie van de beproefde bewegende poppen, de animatronics, met de nieuwe digitale animaties voerde de kijker overtuigend mee naar lang vervlogen tijden. De commentaarstem van sir David Attenborough had er niet bij misstaan. We moesten het doen met Kenneth Branagh, maar dat was ook geen straf.
Ik was diep onder de indruk en keek de serie, en zijn handenvol opvolgers, meermalen terug. Groot was dan ook mijn vreugde toen bij de NPO onlangs een nieuwe incarnatie van Walking with Dinosaurs van start ging. De deceptie was zo mogelijk nog groter.
Ik zeg het maar meteen hardop: wát een ontzéttende zéíkserie is dít! Zo, dat is eruit…
Mocht je willen weten hoe je een succesformule succesvol om hals brengt: lees verder. En ben je daarin niet geïnteresseerd: alle begrip daarvoor, en tot de volgende blog dan maar.
Ja?
Ja, we zijn nu dus onder ons. Goed. Ik ga ervan uit dat je op de hoogte bent van het format van WwD, zoals ik de serie vanaf nu ga noemen, maar voor de dapperen die wel benieuwd zijn naar de kritiek zonder het origineel te kennen, toch nog even een samenvatting.
WwD was een documentaire serie in de beste traditie van de BBC. David Attenborough dus, alleen nu niet gefilmd in het echt maar in een reconstructie van ten minste 66 miljoen jaar geleden.
Er zat veel giswerk in. Paleontologie, de tak van wetenschap die zich bezighoudt met het blootleggen van dat verre verleden, is volop in beweging. Wat we weten van de dino’s is afgeleid uit meestal zeer incomplete botresten en wat indirecte aanwijzingen.
De onmiskenbare hoofdrolspeler in Jurassic Parc is de Tyrannosaurus rex. Toen die film werd gemaakt, waren er resten gevonden van ten hoogste acht individuele T.rexen. Acht! Terwijl er miljarden moeten hebben rondgelopen op aarde. Weliswaar uitgesmeerd over tien miljoen jaar, maar toch.
Dus maakte men voor WwD gissingen. Misschien deed T.rex wel aan broedzorg. Waarom ook niet? Destijds ging men er vanuit dat de directe nazaten van T.rex onze vogels zijn[1], en dat T.rex misschien zelfs wel een verenkleed had.
Dat was nog een stapje te ver voor de makers van WwD. De T.rex in de oorspronkelijk serie heeft ook nog de tanden bloot, iets waarvan men nu denkt dat dat niet het geval was: T.rex had lippen.
Die lippen zien we dan ook in de huidige versie, WwD25. Maar er valt meteen ook nog iets anders op aan de animaties. Die zien er vreemd genoeg een stuk houteriger uit dan destijds. Minder gedetailleerd, gladder. En niet alleen dat, de mechanica lijkt ook niet in orde. De lichamen bewegen niet natuurlijk. De fysica klopt niet: behoud van impuls was blijkbaar geen optie in de software die voor de animaties werd gebruikt. De zwemmende dino’s zien er uit alsof ze met het omringende water niets te maken hebben. Minder budget, wellicht? Of is er een AI ingezet die moeite heeft met de realiteit?
Ik vrees dat het dieper gaat dan dat.
Want ook inhoudelijk is er het nodige… anders, in vergelijking met het origineel.
Ergens in de burelen van de BBC, of van de productiemaatschappij, of waar dan ook, moet iemand bedacht hebben dat de dino’s een verhaal verdienen. Het waren niet zomaar primitieve bruten die door de natuur sjouwden op zoek naar de volgende maaltijd, nee, ze hadden een leven.
En dus krijgen we nu per aflevering te maken met een dino die een naam heeft. George, bijvoorbeeld, voor een zwaargepantserde planteneter. Of Rose voor een voormoeder van T.rex. Of Sobek voor een spinosaurus, een toch wel grote bruut met enorme klauwen die ook nog kan zwemmen. Maar die dus ook, als alleenstaande vader (ik maak geen grap), voor vier aandoenlijke spinosaurusjes moet zorgen, die consequent als zijn baby’s worden aangeduid (echt, ik maak geen grap).
En dat valt om de drommel niet mee. “Om zijn baby’s te laten overleven, zal Sobek ze door het nachtelijke oerwoud moeten loodsen,” zegt de commentaarstem zwaarmoedig, zonder dramatisch zelfs maar in de buurt van Kenneth Branagh te komen.
Om te laten zien dat een en ander meer is dan giswerk, hebben de bedenkers van WwD25 nóg een story element opgevoerd. In elke aflevering worden de almaar spannender gebeurtenissen rond de naamdragende dino afgewisseld met beelden van de paleontologen die bezig zijn met het opgraven van de resten van de dino — die eigenlijk altijd op een nare manier aan zijn of haar einde is gekomen, de natuur is tenslotte al honderden miljoenen jaren keihard.
In tegenstelling tot Kenneth Branagh zijn dit geen acteurs maar professionele paleontologen. Ze zullen ongetwijfeld heel goed zijn in het opgraven en reconstrueren van dino’s, maar ze zijn niet goed in het werken met een script. En iemand, iemand, moet het een goed idee gevonden hebben om deze wetenschappers op te zadelen met een script.
En dus gaan professionele paleontologen met elkaar in gesprek over dingen die ze allemaal allang weten, op een toon waaruit blijkt dat ze het allang weten. Maar ergens achter de camera staat iemand van de productie driftig met het script te zwaaien, dus doen ze dapper voort.
“Kijk, dit zijn de wervels uit de staart.”
“O ja.”
“En wat opvalt…”
“Nou?”
“… ze lopen naar boven toe steeds verder uit in een dun bot. Zie je?”
“Hm-hm.”
“Dus ik denk dat we hier te maken hebben met een dier met een verticaal brede staart. Een dier dat in het water leefde.”
“Ik denk dat je gelijk hebt.”[2]
Sam Neill was in de openingsscènes van Jurassic Parc een stuk overtuigender als paleontoloog, ook al deed-ie waarschijnlijk dingen waar een echte paleontoloog hoofdschuddend naar heeft zitten kijken (zoals ik meestal hoofdschuddend toekijk als er weer eens een natuurkundige voorbij komt in een film). Maar als ik me als non-paleontoloog al dooderger aan deze echte paleontologen, dan is er ofwel iets grondig mis met het vakgebied der paleontologie, ofwel iets grondig mis met de bedenkers van dit script. En ik denk dat we niet heel diep hoeven te graven om de waarheid bloot te leggen.
Aan story elements is in deze serie geen gebrek — die liggen niet eens aan de oppervlakte, nee, ze walsen voortdurend over je heen. Alleen zijn ze niet erg consequent. Boosaardige predatoren gaan per definitie snuivend en met een diepe grom op weg naar hun prooi, als Darth Vader met bronchitis. Dat die prooien ze blijkbaar nóóit horen aankomen is wel even spannend maar niet lang, en het legt de bijl aan de evolutietheorie.
De ellende is dus nog niet voorbij als we terugkeren bij onze spinosaurus Sobek. Die heeft zojuist een van zijn baby’s zien verdwijnen in de muil van alweer een grote grommende vleeseter die niemand heeft opgemerkt. “Nu hij zover is gekomen,” zegt de commentaarstem in mineur, “is het verlies van één zijn jongen een enorme klap.” Althans, in de Nederlandse ondertiteling, want de Engelse stem heeft het andermaal over “one of his babies.”
Nee, met houterige animaties had ik nog kunnen leven. Maar bij dit soort antropomorfische melodrama’s gaat bij mij het licht wel uit.
Deze serie had maar beter diep begraven kunnen blijven. Ongeveer net zo diep als het script dat eraan ten grondslag lag.
Noten
- Momenteel legt men de afsplitsing van de vogels al eerder, en is T.rex dus een doodlopende tak van een familie die óók de vogels heeft voorgebracht. Hoe dan ook, die gezellige kwetteraars in je tuin, dat zijn dus voormalige dino’s. Let even op waar je je geit parkeert… ↩
- Ik heb niet de moeite genomen om dit citaat exact over te nemen uit de opname. Geen zin in. Neem maar van mij aan dat het ongeveer zo verliep. Ik ben acteur, al is het maar op amateurniveau, en ik ben ook wetenschapper al doe ik er niet veel meer aan, en ik schrijf ook nog wel eens wat — ik herken echt wel een onwaarschijnlijke dialoog, en ik kan hem ook nog geloofwaardig reconstrueren. ↩