Lachgas en olie

In de serie Bommelhoorspelen heb ik nu net De windhandel achter de rug. Heer Ollie gaat een weddenschap aan met een nogal luidruchtige olieboer. Of eigenlijk krijgt hij de weddenschap opgedrongen, zoals alles hem min of meer overkomt in dit verhaal.

Zo overkomt het hem dat er vlak naast slot Bommelstein olie in de grond blijkt te zitten. Poene Beurskraker rook dat natuurlijk al op grote afstand en voordat heer Bommel het beseft verrijzen de eerste boortorens. Beurskraker gaat nog verder: hij dringt onze held die weddenschap op: wie na een maand het meest heeft verdiend wint de eigendommen van de ander (boortorens of kasteel).

Als heer van stand kan heer Ollie het zich niet laten aanleunen dat hij geen neus zou hebben voor zakendoen. Maar dan moeten er wel zaken zijn om te doen. Gelukkig krijgt hij een paar ballonnen met een bijzondere eigenschap van een vreemdeling die hij (per ongeluk) uit een benarde situatie redt. Wie de lucht uit die ballonnen inademt, komt in een opwekkende roes. Het product slaat aan, en dankzij een slimme tender met de zakenlui Super en Hieper is binnen de kortste keren heel Rommeldam aan de ballon. De dingen zijn niet meer aan te slepen.

Dromen zijn echter bedrog, en geld is het slijk der aarde, en de combinatie van die twee verwordt tot waardeloze olie. Zodat heer Bommel door zijn ragfijne spel de weddenschap glansrijk wint.

Natuurlijk had Toonder in 1959, toen hij De windhandel maakte, geen idee dat we ons ooit nog eens druk zouden maken over roesopwekkende ballonnetjes. Of dat er een dag zou komen dat de olie een negatieve prijs kreeg. Laat staan dat die twee bizarre gebeurtenissen samen zouden komen onder het beluisteren van een hoorspel.

Zo zie je maar wat de verbeelding vermag. Daar is geen lachgas voor nodig, of olie.