Een leven lang

Afgelopen zondag zag ik een herhaling van een aflevering van Podium Witteman gericht op kinderen. Daar was het Cello Octet Amsterdam met een clowneske act. Ik zag de kinderen, ik denk zo in de leeftijd 8–12, gebiologeerd kijken naar de capriolen.

Wanneer was de eerste keer dat ik naar een podiumvoorstelling ging en de magie ervoer? Ik weet het niet meer. Mijn ouders waren actief lid van de Kulturele Kring in onze woonplaats, wij gingen met enige regelmaat naar concerten en cabaretvoorstellingen in de lokale zaaltjes. Ik zag Kabaret Ivo de Wijs, en drs. P., en Frans Halsema, allemaal van heel dichtbij. Ik zag Tineke Schouten toen ze nog een side-kick was van Herman Berkien. Ik hoorde Tata Mirando op de viool.

We gingen naar het Muziekcentrum Vredenburg, naar opnamen van middagconcerten door de KRO. Daar heb ik mijn eerste opera gehoord, al weet ik niet meer welke.

Ik ging ook naar een toneelstuk over Dik Trom. Dat was denk ik iets van school. Ik herinner me er niets van, behalve een zaal vol rumoerige kinderen. Mijn liefde voor toneel werd daar nog niet geboren.

Als ik dan toch een magisch moment zou moeten aanwijzen, dan kies ik een schoolvoorstelling van het Scapino Ballet in de Stadsschouwburg. Ik weet er geen enkel detail meer van, het was waarschijnlijk een sprookjesballet. Gek genoeg heb ik nog wel een beeld van de ambiance: de grote hoge zaal, het geroezemoes, het rode doek en de rode bekleding van de stoelen, de muziek en de dans.

Het is dat gevoel van verwondering dat ik op de gezichten van de kinderen bij Witteman zag. Het gevoel iets bijzonders en moois mee te maken, terwijl je nog niet beseft dat het op de een of andere manier een leven lang bij je zal blijven.