Een mensenzee

Aardzee — alleen de titel al vond ik intrigerend. Ik las de Aardzee-trilogie lang geleden voor het eerst, toen in een vertaling, uit de bibliotheek. Het was een toevalstreffer, in de periode dat ik alles las wat het labeltje ‘SF’ had. De naam van de auteur zei me niets: Ursula Le Guin. Een vrouw, dat was wel bijzonder, want de wereld van de SF en de Fantasy werd toch vooral geregeerd door mannen.

Ursula Le Guin, Aardzee, Nederlandse vertaling

Van die vertaalde boeken herinner ik me weinig, behalve de vreemde, soms een beetje beangstigende sfeer. Maar ook de ruimte die er op de een of andere manier in die boeken zat. Geen fysieke ruimte, meer een ruimte in je hoofd.

Veel later kocht ik wat inmiddels een Aardzee-kwartet was geworden in het Engels. Ik had in de tussentijd niets meer gelezen van Le Guin. Een beetje verbaasd zag ik op de openingspagina dat het derde deel van de trilogie eens een prijs voor kinderliteratuur had gewonnen.

Kinderliteratuur? Toen ik het voor het eerst las zal ik ergens rond de vijftien zijn geweest, maar ik herinnerde het me niet als een kinderboek. En ook toen ik het herlas kreeg ik niet dat gevoel.

Ik kreeg wel het idee dat ik iets las dat erg goed was. Waarom had ik nooit iets anders van deze auteur gelezen?

Ursula Le Guin, Earthsea, vanaf 1968

Ik heb de schade een beetje ingehaald, en daar heb ik tot nu toe nooit spijt van gehad. Sterker, ik vind Ursula K. Le Guin, zoals ze meestal op de omslag staat, een van de beste schrijvers die ik ken. Niet een van de beste SF- of Fantasy-schrijvers, nee, een van de beste schrijvers.

Dat komt doordat haar boeken me aan het denken zetten. Niet alleen over het verhaal, maar juist over de dingen daarbuiten. ‘Wat zou ik zelf doen als…?’ — dat soort vragen.

Sommige schrijvers doen dat ook, maar soms op een nogal belerend toontje. Le Guin verstaat de kunst om dergelijke kwesties op een onopvallend te verpakken. Je mag het negeren, en dan heb je gewoon een goed verhaal. Of je mag er aandacht aan besteden, en dan heb je een goed verhaal én iets om over na te denken. Dat is de ruimte in je hoofd die zij weet te scheppen.

Haar verhalen gaan eerst en vooral over mensen. Echte mensen, ook al leven ze in werelden die niet bestaan, niet kúnnen bestaan. Haar personages zijn geen superhelden, ze hebben last van alles wat mensen dwarszit. Het zijn mensen die twijfelen, die nadenken. Mensen zoals ik en, hoop ik, velen. En dat ze dan ook nog eens niet-bestaande werelden beschrijft alsof ze er zelf net geweest is, dat is dan weer zo’n aangename Le Guin-bonus.

Helaas is Le Guin in 2018 overleden, één van die mensen bij wie ik even moest slikken toen ik dat hoorde. En gelukkig heeft ze ons een aardige bibliografie nagelaten, waarvan ik nog lang niet alles heb gelezen. Zelfs het Aardzee-kwartet is inmiddels een sextet geworden.

Er is zoveel moois op deze aarde, en de mensenzee van Ursula Le Guin hoort daarbij.