Conrad

In de eerste twee jaar op de middelbare school was ik niet zo goed in Engels. Mensen die mij kennen zal dat misschien verbazen, but I was a total disaster.

Aan Anneke, de docent, lag het niet, die deed haar best. Ze gaf uit principe nooit lager dan een vier, dat was immers al erg genoeg. Ik haalde ook alleen maar vieren voor Engels, en mijn vieren waren van de opgewaardeerde soort. In de tweede bleef ik zitten, onder andere op Engels.

Toen kreeg ik Han. Hoe Han het precies deed weet ik niet, maar op de een of andere manier viel alles ineens op zijn plaats. Han was een rustige docent, ze was meer een verteller dan een trainer, meer een luisteraar dan een beoordelaar. Binnen een jaar gingen mijn cijfers voor Engels naar achten of hoger, en op die hoogte zouden ze tot en met het examen blijven.

In de vierde bleef ik weer zitten, dit keer niet op Engels. Ik kreeg een nieuwe docent voor Engels. Han bleef: ze gaf ook Latijn, en dat kwam goed uit want mijn Latijn kon ook wel een zetje gebruiken. Het ‘Engelse wonder’ herhaalde zich niet helemaal, mijn Latijnse achterstand viel niet meer volledig in te halen. Maar dankzij Han heb ik Latijn zonder al te veel kleerscheuren over de eindstreep weten te krijgen.

Mijn nieuwe lerares Engels, Marjan, leverde mij intussen wel wat kopzorgen. Die was toch meer van het reguliere onderwijs en dat was ik ontwend, in ieder geval bij Engels. Dan moest je uitleggen waarom je in een bepaald geval een bepaalde werkwoordsvorm moest gebruiken. Geen idee. Ik wist vaak niet eens hoe al die vormen heetten, laat staan welke je waar moest gebruiken. Ik kon me ook toen al niet herinneren dat Han daar ooit iets over had gezegd, al zal ze dat wel hebben gedaan. Ik vóélde gewoon dat je in bepaalde gevallen bepaalde vormen moest gebruiken. En ik deed het blijkbaar goed, want ondanks de wat moeizame relatie scoorde ik ook bij Marjan zelden onder een acht.

Toen kwam het eindexamenjaar. Als je er bij een vak goed voor stond dan kon je ergens in het voorjaar een vrijstelling krijgen en hoefde je de lessen niet meer te volgen. Die werden dan immers vooral besteed aan de voorbereiding op het eindexamen, dat je waarschijnlijk toch wel ging halen. Een vrijstelling voor Engels was een no-brainer.

Maar het knaagde wel een beetje. Ik deed helemaal mijn best niet voor Engels, maar dankzij het fundament dat Han had gelegd ging ik lachend op de eindstreep af. Ik voelde me een beetje schuldig tegenover Marjan. Dus toen die aankondigde dat ze ook een ‘leesklasje’ ging doen, zag ik daarin een mooie gelegenheid om mijn goede wil te tonen. We zouden op basis van vrijwilligheid in een paar weken tijd een boek lezen dat je ook op je eindlijst mocht zetten. Nou was die lijst wat mij betreft ook geen probleem, maar vooruit.

Het boek was The Secret Agent van Joseph Conrad, een schrijver van wie ik tot dan toe niet had gehoord. Alle goede voornemens ten spijt kwam ik er niet aan toe om het eerste hoofdstuk te lezen voor de eerste bijeenkomst van het leesklasje. Met enige schaamte mompelde ik me door de bespreking heen. So much for good intentions… Dus voor de tweede bijeenkomst nam ik me voor om een flinke inhaalslag te maken.

Conrad bleek een moeilijke maar intrigerende schrijver. Voor ik het wist, en ruim voor de tweede bijeenkomst, had ik het boek uit. Dat was nou ook weer niet de bedoeling. Nu beschikte ik bovendien over informatie die de andere deelnemers nog niet hadden, zodat ik bij de bespreking op mijn tong moest bijten om niets te verklappen.

Na afloop heb ik mijn ‘zonde’ maar opgebiecht bij Marjan. Uiteraard hoefde ik niet meer aan het leesklasje deel te nemen. En wat ik van het boek vond? Tja, dat vond ik geweldig. Joseph Conrad ging op mijn eigen lijstje van schrijvers waar ik meer van wilde lezen.

Het eindexamen Engels was een walk-over. Bij de boekbesprekingen zat Han als tweede examinator naast Marjan. En tot mijn schaamte (again) moet ik bekennen dat ik eigenlijk vooral met Han heb zitten praten. Over The Lord of the Rings, dat zowel mijn als haar favoriete boek was. En over de duistere wereld van Conrad. Van alle examens voelde dit het minst als examen, veel meer als een gesprek tussen twee gelijken.

Han is helaas veel te jong overleden. Het idee dat je met een oud-leraar gewoon nog eens een goed gesprek zou kunnen hebben was niet op tijd in me opgekomen. En inhalen kan niet meer.

Van Conrad heb ik nadien meer gelezen, met als hoogtepunt Heart of Darkness. Een dun boekje, maar wát een inhoud… Dat ik intussen ook de film Apocalypse Now had gezien, die er los op gebaseerd is, zal geholpen hebben. Maar ik had er graag nog een keer een goed gesprek over gehad met Han.