Liever kreeft dan advocaat

Het kan aan mij liggen, maar ik heb het idee dat er de laatste jaren steeds vaker boeken worden vertoneeld.  De Utrechtse Stadsschouwburg heeft er zelfs een campagne omheen ingericht: als je ‘het boek van de voorstelling’ meebrengt, dan krijg je korting.

De afgelopen week zat ik bij twee van die bewerkingen in de zaal.  De eerste was Advocaat van de duivel, naar de Amerikaanse legal thriller van Andrew Neiderman [1], uitgevoerd door Bos Producties met Victor Löw en Waldemar Torenstra in de hoofdrollen.  Een paar dagen later zag ik Het jaar van de kreeft, naar Hugo Claus, van Toneelgroep Amsterdam met Maria Kraakman en Gijs Scholten van Aschat.

De verschillen waren groot.

Ik heb een beetje mijn bedenkingen bij bewerkingen van boeken.  Dat heb ik niet alleen bij toneelstukken, het geldt ook voor films.  Ik vraag me dan altijd of er geen origineel verhaal bedacht kon worden.  Het lijkt toch een beetje goedkoop meeliften op het literaire succes van een ander.

Historisch is die kritiek niet helemaal terecht.  Toneel is immers begonnen als de uitbeelding van al bestaande verhalen.  De grote Griekse tragedies die 2500 jaar geleden werden gemaakt, vertelden het publiek inhoudelijk niets nieuws.  De stukken van Shakespeare zijn goeddeels gebaseerd op geschiedenis, op bestaande verhalen en zelfs op toneelstukken van anderen.  En de film begon als een verbeelding van wat er al op het toneel gebeurde, met nieuwe mogelijkheden.

Goed beschouwd is de invloed van de literatuur op het toneel dus niet zo vreemd.

En toch…

Het heeft iets gemakzuchtigs.  Pak een boek dat goed scoort op de bestsellerlijsten, maak er een kekke bewerking van, liefst met een paar klinkende acteursnamen, en hop, succes verzekerd.

De boeken waarvan ik de toneelbewerking zag, waren allebei ook al eerder verfilmd — reden voor extra achterdocht — The Devil’s Advocate met Al Pacino en Keanu Reeves, en Het jaar van de kreeft met Willeke van Ammelrooy en Rutger Hauer.  Ga daar nog maar eens overheen.

En toch…

Advocaat faalde wat mij betreft.  Het stuk voelde te veel als ‘de bewerking van het boek’ — al moet ik onmiddellijk toegeven dat ik het boek heb gelezen noch de film heb gezien [2].  Het is trouwens niet zo dat dat soort boeken aan mij niet is besteed.  Integendeel, een Grisham op zijn tijd is best lekker.  Maar om de één of andere reden, waar ik op dat moment de vinger niet op kon leggen, wilde het niet zo boeien.  Aan de inzet van de acteurs lag het niet.

Kreeft heb ik wel gelezen, een jaar of tien geleden.  Destijds had ik er bij aangetekend dat ik het niet Claus’ beste werk vond.  Maar wat een verschil met die andere voorstelling.

Op een leeg podium acteren alleen de man en de vrouw om wie het verhaal draait.  Andere personages komen er niet aan te pas.  Hun teksten bestaan uit flarden dialoog uit het boek.  De man spreekt ook een monologue intérieur uit, waarmee hij de achtergrond van hun geschiedenis verder invult.  Het is een fysiek stuk — de personages dansen en draaien om elkaar heen — indringend, en door de tekstvorm ook heel poëtisch.  Het hart van Claus klopt hoorbaar door de hele voorstelling heen.

Beide voorstellingen duurden ongeveer even lang, bijna twee uur.  Bij Kreeft zat ik van begin tot eind op het puntje van m’n stoel terwijl ik bij Advocaat nu en dan een dipje had.  En dat terwijl dat laatste stuk veel meer een lineair verhaal is, met een begin, een midden en een einde, waarvan je wilt weten hoe het afloopt.

Waar zat het verschil?

De makers van Advocaat bewerkten een boek, de makers van Kreeft gaven een interpretatie.  De ene groep liet zich leiden door het boek, de andere groep gaf zijn eigen fantasie de voorrang.

Dát is het verschil, en dát maakt een bewerking van een boek interessant om naar te kijken, of het nu om film gaat of om toneel.

Helaas valt te vrezen dat het publiek daar meestal niet op zit te wachten.  Die willen gewoon zien wat ze ook al gelezen hebben — of nog gaan lezen, of zelfs niet eens meer hoeven te lezen want ze hebben de film/toneelbewerking immers gezien.  Zoals veel mensen The Lord of the Rings pas lazen nadat ze de films hadden gezien, en toen toch wel een beetje verbaasd waren over de zware kost die ze voor de kiezen kregen.

En daarmee komen we dan op de inmiddels ook al weer oude discussie uit, of een bewerking van een boek dat boek trouw moet volgen, of daarvan juist mag afwijken.  Het moge duidelijk zijn dat ik geen moeite heb met die vrije interpretatie.

Geef mij maar liever kreeft dan advocaat.

Noten

  1. Opmerkelijk genoeg is de Nederlandse titel Advocaat van de duivel de vertaling van het Engelse The Firm van John Grisham.
  2. Ik heb mezelf voorgenomen om The Devil’s Advocate nu ook te lezen om te zien of mijn kritiek wel terecht is (The Firm heb ik wel gelezen).  Het zou tenslotte kunnen dat ook dit toneelstuk een briljante interpretatie van het boek was.  In dat geval kom ik er nog op terug.