Klucht

Vorige week had ik het even kort over Jon van Eerd, die ik eigenlijk alleen maar ken van de blijspelen. Het zijn niet de stukken waar ik als eerste naartoe ga.

Vroeger had je John Lanting, de Koning van de Klucht, die van het Theater van de Lach. Ik zal eerlijk zijn: het was niet helemaal mijn genre, de klucht. Maar ik had wel waardering voor de acteur, net zo goed als ik waardering heb voor André van Duin hoewel zijn theatershows ook niet mijn ding zijn.

Jaren geleden ging er een mail rond in het Amateurtheaternetwerk in Utrecht. John Lanting kwam een workshop ‘kluchten’ geven. Aanmelding open voor leden van het Netwerk.

Het leek mij toch wel leuk. Mijn eigen clubje was wel aangesloten bij het Netwerk maar op dat moment al enige tijd in winterslaap, dus ik vond dat anderen dan ik maar van het aanbod gebruik moesten maken. Ik meldde me niet aan. Niet veel later ging er een nieuwe mail rond: vanwege de overweldigende belangstelling werd er een tweede workshop gegeven. Nu meldde ik me wel aan.

De workshop werd gegeven in de grote zaal van het UCK aan het Domplein en er zaten zo’n dertig amateurspelers op de tribune. John Lanting bleek een niet al te grote en behoorlijk serieuze man te zijn. Hij vertelde eerst wat over zijn visie op ‘de klucht’, en wat het verschil was met het soort van stukken dat Van Duin deed, die je eerder farces zou noemen.

Van Duin, die speelde typetjes die van zichzelf absurd waren, en dat botste dan met de ‘normale’ wereld waarin ze verkeerden. Lanting daarentegen speelde min of meer normale personages die in een absurde situatie verzeild raakten. Aha.

Lanting had trouwens ook nog wat te zeggen over Jon van Eerd en diens stukken, maar dat zal ik hier niet herhalen. Professionele kinnesinne, laten we het daarop houden.

Daarna was het tijd om de vloer op te gaan. Lanting gaf een paar voorbeelden van wat hij bedoelde en schetste de lijn van een scène die hij met ons wilde uitwerken. En wie wilde het als eerste eens proberen?

Het bleef stil. Ik had me voorgenomen om mezelf niet meteen op de voorgrond te duwen, want ik vond nog steeds dat ik een beetje een buitenstaander was. Maar als er dan toch niemand zin had…

De preciese scène weet ik niet meer. Ik moest door een straat lopen, gewoon op weg van A naar B, en dan iets vreemds opmerken in een etalage, zoiets.

Prima, geen probleem. Ik wandelde op mijn gemak langs de etalage die werd voorgesteld door een stoel en deed een keurig getimede double take. Helemaal goed! Waarop de theorie van de double take nog even werd uitgelegd aan het publiek. En ik nog een keer langs de ‘etalage’ mocht en door naar de meester voor een dialoogje. Hij speelde geloof ik een politieagent.

Ik kan dus, niet zonder enige trots, zeggen dat ik nog eens een succesvolle scène met John Lanting heb gespeeld.