Vannacht droomde ik dat ik weer in mijn oude studentenhuis was, aan de Noorderstraat in Utrecht. Daar droom ik wel vaker over, zo één of twee keer per jaar. Zoals dat gaat in dromen ziet het er zelden uit zoals het er in werkelijkheid uitzag, en toch weet ik altijd zeker dat het mijn oude huis, mijn oude kamer is.
Nu speelde de droom zich vooral buiten af. De Noorderstraat en ook de Van Asch van Wijckskade en de Wijde Begijnestraat waren veel breder en leger dan ik ze gekend heb. Niet alleen was er weinig publiek, ook stonden er veel minder en kleinere gebouwen.
Alle lantaarnpalen, verkeersborden, bomen en andere objecten op de stoep waren op een centimeter of vijf afgezaagd. De overgebleven randjes zagen er rafelig uit. Alsof iemand met een enorme zeis door de straat was gegaan.
Mijn dromen zijn bijna nooit beangstigend. Deze was dat ook niet.
Maar ik zou wel graag willen weten waar die beelden vandaan komen.