Trage dans in twaalf delen

Deze tijd is goed voor de leeslijst, dat moet ik wel zeggen. Ik lees best veel. Ik moet ook toegeven dat ik de sombere en ingewikkelde boeken een beetje vermijd. Geen zin om m’n hoofd te vermoeien. Of eigenlijk vooral: zin om m’n hoofd een beetje af te leiden.

Meer dan twintig jaar geleden werd ik op het spoor gezet van A Dance to the Music of Time, een serie van twaalf romans van de Engelse schrijver Anthony Powell. De boeken waren verwerkt tot een vierdelige miniserie. De VPRO-gids constateerde dat het de makers wonderwel was gelukt de hele reeks te condenseren tot vier keer anderhalf uur televisie.

Dat verbaasde me wel een beetje. Powell werd in de gids aangeduid als ‘de Engelse Proust’. En Proust stond en staat nog steeds recht overeind als een onverfilmbaar schrijver. Hoe kon dat dan bij Powell wel zijn gelukt?

Ik bekeek de serie en ik was meteen verkocht.

De cyclus begint niet lang na de afloop van de Eerste Wereldoorlog, die dan nog als The Great War in de boeken staat. De verteller is Nicholas (Nick) Jenkins, afkomstig uit de upper-class, die gedurende een halve eeuw de wederwaardigheden volgt van zijn vrienden en familie.

Daar zitten memorabele figuren bij. Klasgenoot Kenneth Widmerpool bijvoorbeeld, een kostschooljongen uit een net iets te laag milieu, maar ook een enorme streber die zich weet op te vechten in de wereld en het zelfs brengt tot Chancellor van een universiteit — voordat hij ten onder gaat in de geestverruimende jaren ’60.

Of Charles Stringham, het volstrekte tegendeel van Widmerpool, romantisch, uit een rijke familie, maar tegelijkertijd een voortdurende misfit en verliezer. Oom Giles, een militair met een enigszins duister verleden die op onverwachte momenten het pad van Nicholas kruist. Sillery, de prototypische Oxford Don, die altijd op de achtergrond blijft en altijd aan alle touwtjes trekt.

Maar los van de intrigerende personages bestrijkt de cyclus ook een intrigerende periode in de recente geschiedenis. Als we Nick voor het eerst ontmoeten is het 1921, Europa bloedt na van de oorlog en in veel opzichten bevindt Engeland zich nog diep in de negentiende eeuw, zeker in de kringen waarin Nick zich begeeft.

Het verhaal eindigt in 1971, als de democratisering heeft toegeslagen en Engeland op het punt staat toe te treden tot de Europese Unie. De Engelse klassenmaatschappij is ingrijpend veranderd, maar niet in alle opzichten, zoals Widmerpool tot zijn schade en schande moet ontdekken juist als hij meent zijn plek te hebben veroverd.

Dat was mijn indruk van de televisieserie. Maar hoe zou dat dan in die boeken gaan?

Anthony Powell, A Dance to the Music of Time, twaalf delen gepubliceerd 1951–1975

Gelukkig was de tv-serie aanleiding om de boeken in vier omnibussen uit te brengen, die gemakkelijk te verkrijgen waren. Elke omnibus van drie delen kwam min of meer overeen met één van de tv-afleveringen.
De VPRO-gids had gelijk. De serie ís inderdaad een knappe weerslag van de boeken.

Natuurlijk gaat er wel wat verloren. Het belangrijkste is het tempo. Powell is net als Proust in staat om minutieuze beschrijvingen van ogenschijnlijk triviale gebeurtenissen te geven, zij het dat Powell ‘eenvoudiger’ maar daardoor ook toegankelijker schrijft. Wat dat betreft doet hij eerder aan Voskuil dan aan Proust denken, al heeft hij met Proust dan weer meer gemeen als het gaat om het waarnemen van diepgewortelde sociale structuren.

Het zijn geen ‘spannende’ boeken. Er gebeurt niet heel veel, het narratief kabbelt gestaag voort. En dat intrigeert mij mateloos.

Met Nick Jenkins had ik er plotseling een soort vriend-op-afstand bijgekregen. Iemand met wie je nu en dan even samenkomt en de laatste nieuwtjes en roddels uitwisselt, zodat je van elkaar het gevoel hebt dat je er persoonlijk ook bij bent geweest. Op enige afstand, dat wel.

A Dance to the Music of Time is in alle opzichten de perfecte lockdown-literatuur.