De schaduw van Agaton Sax

Beschreef ik vorige week hoe koning Wikkepokluk misschien al de vroege voedingsbodem was geweest voor mijn waardering van Monty Python, in de afgelopen week ontdekte ik waar mijn liefde voor detectives moet zijn begonnen.

Nils-Olof Franzén, Agaton Sax en de bankbiljettenvervalsers (1955)

Ik herlas de vijf deeltjes Agaton Sax, die ik als jongetje van een jaar of tien moet hebben gekregen.

Agaton Sax, wie kent hem niet? Hij is immers, behalve de enige (hoofd)redacteur van de Zweedse Byköpingspost (de beste krant van Europa, ook al verschijnt hij maar driemaal per week) ook nog eens een speurder en boevenvanger van formaat, voor wie iedere crimineel liefst een paar straten omsluipt. En niet alleen dat: hij spreekt vloeiend Grelisch, Brosnisch en Koeterwaals; hij is op het westelijk halfrond de enige en zeer kundige beoefenaar van het onderwater-jiu-jitsu; en naast zijn grote vaardigheid in het gebruiken van vermommingen is hij ook nog een razendknappe buikspreker. Zijn kennis van zeer krachtige en snelwerkende maar overigens onschuldige slaapmiddelen is onovertroffen.

Maar eerlijk is eerlijk, Agaton Sax was bij mij een beetje weggezakt. Ten onrechte, ontdekte ik.

Nils-Olof Franzén, Agaton Sax en de Bende van de geluidloze springstof (1956)

Agaton Sax is een vreemde kruising van Sherlock Holmes, Hercule Poirot, en C.C.M. Carlier oftewel De Schaduw. Van Holmes erfde hij het deductievermogen, de encyclopedische kennis van ongeveer alles, de voorliefde voor pijpen, en de contacten met pompeuze maar stupide Engelse politieinspecteurs. Het uiterlijk en de enigszins pedante trekjes kreeg hij van Poirot mee, inclusief de neiging om zich nu en dan het voorhoofd te wissen met een zijden zakdoekje. En met De Schaduw deelt hij zijn fysieke souplesse, zijn reislust, zijn vermommingen, en het maniakale gedrag en de naamgeving van zijn tegenstrevers.

Vooral die overeenkomsten met De Schaduw zijn merkwaardig, om maar een Schaduwiaanse uitdrukking te gebruiken. De geestelijk vader van Agaton Sax, de Zweedse schrijver en radiomaker Nils-Olof Franzén, zal zeker op de hoogte zijn geweest en ook met reden hebben verwezen naar de beroemde speurders Holmes en Poirot. Maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij van het werk van Havank wist.

Nils-Olof Franzén, Agaton Sax en de Atoom-Cola n.v. (1957)

Franzén schreef de eerste Sax-boeken midden jaren ’50 naar verluidt voor zijn eigen zoon. Het zijn dan ook kinderboeken. De verhaaltjes zijn eenvoudig, de plotjes komen vrijwel altijd neer op: Agaton Sax kruist min of meer per ongeluk het spoor van een of meer grote criminelen, hij reist naar het Verenigd Koninkrijk, struikelt onderweg eventueel nog over de blunderende inspecteur Lispington van Scotland Yard, en rekent geheel op eigen kracht en binnen een mum van tijd een flink aantal gevaarlijke boeven in.

Veel diepgang zit er niet in, maar de verhaaltjes zijn spannend en grappig. Bovendien heeft Franzén ze voorzien van allerhande knipogen die ongetwijfeld bedoeld waren voor meelezende ouders. Zo introduceert hij een lange lijst van sterke (maar onschuldige!) slaapmiddelen die allemaal heel ingewikkelde en op elkaar gelijkende namen hebben. Als Agaton Sax bij een apotheek een potje magnecyl­magnecal­dikapsyl­phosphor­examinal­karbonal vraagt, raadt de apotheker hem dimagnecyl­magnecal­dikapsyl­phosphor­karboral­examinal aan. Waarna zich een levendige discussie ontspint over de merites van deze en nog andere tongbrekende slaapmiddelen.

Nils-Olof Franzén, Agaton Sax en de zeeroversbende (1961)

Dat van die slaapmiddelen, of in ieder geval die ingewikkelde namen, kon ik me nog vaag herinneren. Van andere verhaalelementen besefte ik ineens dat ze een tijdlang in mijn hoofd hebben gezeten, maar dat ik de herkomst ervan was vergeten.

Zo heb ik een tijdje gedacht dat Scotland Yard, het hoofdkwartier van de Londonse politie, daadwerkelijk iets met Schotland te maken had. En nu weet ik waarom: het eerste verhaal van Agaton Sax, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor Scotland Yard, speelt zich goeddeels af in Schotland, en ook in de latere verhalen zijn er veel verwijzingen naar dat land.

Ik heb ook lang gedacht dat een buikspreker een soort duivelskunstenaar is, die zijn stem niet alleen kan laten klinken zonder zijn mond te bewegen, maar die stem naar willekeur kan vervormen en dan ook nog fysiek vanuit heel andere plekken kan laten klinken. Want dat is wat Agaton Sax doet: die laat een boef die hem met een wapen bedreigt, met zijn buikspreekkunsten schrikken van de stem van een kompaan uit een andere hoek van de kamer of zelfs van buiten de kamer.

Nils-Olof Franzén, Agaton Sax en de dubbelgangers (1963)

Zelfs mijn interesse voor bijzondere talen zou bij Agaton Sax vandaan gekomen kunnen zijn (voordat ik Tolkien ging lezen). De speurder is namelijk één van de weinigen die het Grelisch machtig is, een taal die in Schotland is ontstaan. Grelisch is wonderbaarlijk compact, het wordt dan ook graag door criminelen gebruikt die dan met weinig woorden hun lugubere plannen kunnen uitwisselen. Zo betekent de Grelische uitroep “Ellan noghel!”: “Fantastisch! Prima plan! Dat zal geen sterveling merken!” Stel je dat nu toch eens voor. Met een enkel Grelisch twitterbericht van 280 tekens kun je al een kort verhaal schrijven…

Ik zei al dat de naamgeving van Franzéns misdadigers sterk doet denken aan die van Havank. Porfyrio Gronsk, Julius Mosca, Anaxagoras Frank, Octopus Scott, ze hadden zo de pagina’s van het Schaduwiaans universum kunnen bevolken. En waar De Schaduw soms het slachtoffer lijkt van de persoonlijke vendetta van zijn tegenstrevers, zo wordt Agaton Sax het doelwit van de Atoom-Cola n.v., een “Naamloze Vennootschap ter bestrijding van Agaton Sax en de politie” (waarbij het bestrijden van de politie slechts bijzaak is).
Er zijn meer van die overeenkomsten, je zou bijna gaan denken dat Agaton Sax en De Schaduw twee loten aan dezelfde boom zijn, zij het dat de ene zich in een vereenvoudigde wereld beweegt.

En toch kan ik me niet herinneren dat toen ik mijn eerste Havankjes las, ik dacht: hé, Agaton Sax!

Of misschien heb ik dat toch wel gedacht, maar dan ben ik het lang geleden ook alweer vergeten. In ieder geval heeft-ie al die tijd wel in m’n onderbewustzijn gesluimerd en was het goed om de kennismaking met Agaton Sax ter hernieuwen.