Buitenaards

Ik was voor het eerst in lange tijd weer eens op mijn werkplek in het Minnaertgebouw. Ik was niet de enige, maar echt druk was het er bepaald niet.

Even bijpraten was er ook niet echt bij. Ik heb een tijdje in een deuropening naar twee collega’s staan zwaaien, maar ze waren beiden voorzien van een headset en zo diep verzonken in een video-overleg dat ik net zo goed op Mars had kunnen staan zwaaien.

Dat was trouwens toch een beetje het gevoel dat ik kreeg: ik ben niet meer op Aarde, ik ben ergens in een ruimtestation beland, in een verre toekomst of op zijn minst een parallel universum.

De ontwerpers van de decors in sciencefictionfilms doen altijd hun uiterste best om het interieur van een ruimtestation er zo vervreemdend mogelijk uit te laten zien. En nu blijkt dat je daar eigenlijk heel weinig voor nodig hebt: rode tape en stickers met pijlen om looprichtingen weer te geven, wat roodwitte linten om doorgangen te blokkeren, hier en daar een houder met een flacon desinfecterende vloeistof. En veel posters met aanwijzingen en waarschuwingen.

Voor wat extra vervreemding kun je de looprichtingen zo aanbrengen dat het onmogelijk is om bepaalde plekken in een gebouw te bereiken. Dat doet het misschien minder goed in een film, maar in een echt ruimtestation, pardon gebouw, is het heel effectief.

Afgelopen jaar kregen we te horen dat ‘De Uithof’ als naam voor de Utrechtse Universiteitspolder nu echt passé was. We bevinden ons op het Utrecht Science Park. Zelfs de richtingborden op de snelweg zijn inmiddels aangepast. Ik behoorde tot de burgerlijk ongehoorzamen die dapper bleven volharden in ‘De Uithof’.

Tot nu. Utrecht Science Park past veel beter bij de buitenaardse wereld die daar gestalte heeft gekregen.