Eindeloos

Eigenlijk had ik dit stukje twee weken geleden op 28 juni willen schrijven (maar er kwam iets tussen). Toen was het namelijk precies vijftig jaar geleden dat Pink Floyd optrad als afsluiter van het Holland Pop Festival, beter bekend als ‘Kralingen’.

Ik was daar niet bij. Ik was namelijk precies een maand eerder zes jaar geworden, en muziek speelde nog geen rol in mijn leven.

Pas een aantal jaren begon ik naar de hitparade te luisteren. Ik kreeg voor het eerst lp’s op mijn verjaardag. Het was nog wel een beetje zoeken: een plaat van Lonnie Donegan, een plaat met reggae-muziek. Don Mcclean. Abba.

Ergens halverwege de jaren ’70 zag ik op de televisie een programma van het Ballet de Marseille. Ze dansten een choreografie van Roland Petit op muziek van Pink Floyd. Ik was diep onder de indruk — van de muziek. Ik had zoiets nog nooit gehoord, maar het vroeg nadrukkelijk om een plekje in mijn hoofd.

Sinterklaas naderde en ik vroeg ‘een plaat van Pink Floyd’.

Ik had geen idee en mijn ouders evenmin. Ze gingen naar de platenafdeling van de V&D en vroegen wat ik ook had gevraagd: ‘een plaat van Pink Floyd’. De verkoper deed ze Dark Side of the Moon aan de hand. Die kreeg ik dus, met Sinterklaas, in december 1977.

Alleen al de hoes. Het gestileerde prisma dat een lichtstraal breekt in de kleuren van de regenboog. De prachtige typografie van de songteksten als je de hoes openklapte. En ten slotte natuurlijk de muziek. De hartslag waarmee de plaat opent en sluit, de donkere atmosfeer van de hele plaat.

Ik begreep de teksten misschien nog niet helemaal maar Pink Floyd nestelde zich onmiddellijk op het plekje in mijn hoofd dat ze al hadden gereserveerd. Het was niet de muziek die ik me herinnerde van het ballet (dat dateerde van vóór Dark Side) maar ik vond het evengoed geweldig.

Al vrij snel kocht ik zelf een lp, alweer bij de V&D. Het was, denk ik, de eerste plaat die ik ooit zelf aanschafte. Relics. Die muziek bleek heel anders te zijn, en toch… ik herkende er wel een onderliggend gevoel in. Toen ontdekte ik dat mijn oom Freek, de jongste broer van m’n moeder, een heel rijtje Pink Floyd in de kast had staan. Wat een feest! De taperecorder maakte overuren.

Wat was het dat me zo raakte in de muziek van Pink Floyd? Ik kon en kan er de vinger niet op leggen. Het is net als met je lievelingseten of het mooiste schilderij dat je kent. Er is ‘iets’ dat je op precies de juiste manier raakt. Je kunt daar geen rationele beschrijving van geven.

Tegen de tijd dat ‘de nieuwe Pink Floyd’ werd aangekondigd was het 1979 geworden. Dat nieuwe album zou The Wall gaan heten. Het werd een dubbelalbum en het zou verschijnen op vrijdag 30 november, heel handig vlak voor Sinterklaas. Maar ook wel erg vlák voor. En wat als ik het album misschien toch wat minder mooi zou vinden? De eerste single van het album, Another Brick in the Wall (Part 2), was al twee weken eerder verschenen en die vond ik erg goed.

In die tijd had je op donderdagavond de TROS LP Show met Wim van Putten. Ik was daar helemaal geen luisteraar van, maar gelukkig had ik wel opgevangen dat de LP Show een primeur ging hebben: ze zouden daar op donderdag 29 november het volledige album draaien, een dag voordat het wereldwijd uitkwam. Ik claimde de woonkamer, positioneerde een stoel zo precies mogelijk voor de stereo-installatie, en liet het anderhalf uur lang over me komen.

Ge-wel-dig!

Weer helemaal anders dan ik gewend was, voor zover je bij Pink Floyd van gewenning kon spreken, en weer helemaal raak.

Ik vertelde het aan mijn oom Freek, en ook dat ik het album voor Sinterklaas had gevraagd en hoopte dat die het nog op tijd kon kopen. Freek deed me een voorstel: als ik de plaat nou niet van Sinterklaas kreeg dan moest ik hem zelf maar kopen, waarbij hij de helft zou betalen — uiteraard op voorwaarde dat hij er dan een kopietje van mocht tapen.

Dat was niet nodig, de goedheiligman was me welgezind.

*

Ik zou eindeloos door kunnen gaan over Pink Floyd, want als er één band is die als een rode draad door m’n leven loopt is die het wel. Maar het zou een beetje saai worden, zeker voor de mensen die Pink Floyd niet kennen (of erger, zij het voor mij onvoorstelbaar, wel kennen maar verschrikkelijk vinden).

Maar ja, ik kan het ook niet laten.

Met kerst 1982 tikte ik in Londen een boek over Pink Floyd op de kop. In de pre-internettijd was dat een ongelooflijke schatkamer. Pink Floyd, dat was immers lage cultuur. In de encyclopedische jaarboeken van de Winkler Prins die we jaarlijks in huis kregen, kwam die naam niet voor. Dat een lerares Engels (niet de mijne) bij ons op school de teksten van The Wall in de klas behandelde (en daarbij de plaat soms zo hard zette dat we hem in nabij gelegen lokalen konden horen en in mijn geval meemompelen) mocht al een wonder heten.

Van The Final Cut wilde mijn moeder wel toegeven dat ze het een mooie maar ook wel sombere plaat vond.

Uiteindelijk gingen we met het hele gezin naar een optreden van Pink Floyd in Rotterdam. Mijn broertje zorgde voor de kaarten, veldplaatsen voor ons en tribuneplaatsen voor onze ouders. Dit was weliswaar de Pink Floyd zonder Roger Waters — ik beschouw hem als de beste tekstschrijver in de rockmuziek — maar ach, wat deed dat er toe? De show was geweldig. En ik kon zeggen dat ik met mijn ouders naar Pink Floyd was geweest, iets waar veel van mijn vrienden toch wel een beetje verbaasd over waren.1

*

Maar ik wilde er niet eindeloos over doorgaan. En nu doe ik het toch.

Dat komt doordat Pink Floyd, sinds die Sinterklaasavond van 1977, nooit meer is weggegaan. Het is niet dat ik de ganse dag Pink Floyd op heb staan, integendeel. Maar het is wel mijn balsem voor de ziel. Voor elke gemoedstoestand is er wel minstens één album dat erbij past. Sommige albums beluister ik vaker dan andere, en dat zijn niet per se de publieksfavorieten: More draai ik véél vaker dan Wish You Were Here. Voor Meddle mag je me midden in de nacht wakker maken. Van Obscured by Clouds wordt ik rustig, van Ummagumma vrolijk.

Dat ik er op 28 juni 1970 niet bij was vind ik, ergens, een beetje jammer. Maar ik heb de schade ruimschoots ingehaald.

Barry Miles: Pink Floyd, A Visual Documentary (1980) (1e editie)

Noten

  1. We waren daarvóór al met het hele gezin naar Tina Turner geweest, en zouden daarna ook nog met het hele gezin naar Prince gaan. Toen vond mijn moeder het wel welletjes, voor wat betreft de grootschalige popconcerten.