Hangbrug

De reconstructie van de Romeinse wachttoren bij Fort bij Vechten, waar ik gisteren langs fietste, deed mij nog aan een ander stukje geschiedenis denken, maar dan wat minder lang geleden.

Tot vijftig jaar geleden woonden wij op Kanaleneiland. Daar had je, ook toen al, Park Transwijk, en in dat park was, ook toen al, een speelplaats ingericht voor kinderen. Belangrijk onderdeel was een houten ‘fort’, en het belangrijkste onderdeel van het fort was een houten hangbrug die begon (of eindigde) in een ‘toren’. Ik vond dat geweldig.

Jaren later ging ik met mijn klas van het gymnasium een lang weekend op excursie, onder andere naar Xanten waar een reconstructie van het castellum aan de gang was. Onderdeel van de inrichting: een speelfort, voor kinderen. Met een houten hangbrug! Heerlijk…

Ik was niet de enige die uit zijn dak ging van die hangbrug. We kampeerden op een nabijgelegen camping, en eerlijk gezegd, het hele weekend was een ongeorganiseerd zootje — misschien schrijf ik daar ook nog wel eens wat over. Eén van de begeleidende leraren moest wat van zijn begeleidersfrustraties kwijt. Een volwassen man tussen een handvol opgeschoten scholieren, die zich uitleefden op die hangbrug: er waren vast bezoekers van Xanten die dat geen goed idee vonden.

Vandaag maakte ik na de lunch even een wandelingetje door Park Transwijk, waar ik inmiddels alweer dik twintig jaar vlakbij woon. Het houten speelfort heeft plaatsgemaakt voor een model van kunststof, dat meer weg heeft van een kasteel dan van een fort. Er is geen hangbrug meer, wel een glijbuis vanaf één van de torens.

Ik wilde er een foto van maken, maar bedacht me. Een volwassen man, in zijn eentje, die spelende kindertjes fotografeert — misschien is dat geen goed idee…

Fectio

Vandaag fietste ik langs Fort bij Vechten, en de replica van de Romeinse wachttoren die daar vlakbij staat. 2000 jaar geleden liepen er Romeinen rond op die plek — de eerste Romeinse nederzetting is er waarschijnlijk in 4 of 5 n.Chr. gebouwd.

Bizarre gedachte toch: toen Pinksteren nog betekenis moest krijgen, liepen hier al mensen rond. Die waren waarschijnlijk niet gezellig aan het rondtoeren in de zon. Maar waar waren ze wel mee bezig? Wat dachten ze? Ook die mensen zijn, 2000 jaar geleden, ’s ochtends uit hun bed gekomen en hebben in hun taal gedacht: wat gaan we vandaag eens doen?

Ze zullen zich er misschien wel van bewust zijn geweest dat ze deel uitmaakten van een cultuur die grote delen van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten omvatte. Maar dat die cultuur twee millennia later nog op zo veel manieren terug te vinden zou zijn? Dat hún taal, of in ieder geval de literaire variant die door de elite werd gebezigd, voortdurend in ónze taal doorschemert — alleen al in deze zin op diverse plekken? Dat Augustus, de keizer die ze mogelijk zelf van dichtbij hebben gezien, nu nog steeds onze kalender siert? Dat er wereldberoemde stripverhalen over ze zijn gemaakt waarin ze worden uitgemaakt voor ‘rare jongens’?

Wat zagen die mannen als ze ’s ochtends hun wachttoren beklommen? Niet het cultuurlandschap dat er nu ligt. Eerder een wat moerassige vlakte, met veel water, lage begroeiing. Niet de ideale vakantieplek stel ik me zo voor, zeker niet in de zomer als de muggen op volle sterkte boven het water hangen. Ook toen al waren de bewoners bezig het land naar hun hand te zetten, getuige hun vernuftige wegen die we rond Utrecht hebben teruggevonden.

En wat deden ze om de tijd te doden? Dobbel- en andere wedspelletjes, gok ik. Drinken en intussen elkaar verhalen vertellen over de reizen en de gevechten die ze met hun legioen hadden meegemaakt. Roddels over die lui uit Fletio, dat kamp een paar mijl naar het westen.

Als er ooit nog eens een tijdmachine komt, dan zou ik uiteraard een paar historische gebeurtenissen willen bezoeken.1 Maar misschien nog wel veel liever zou ik her en der een dag uit het gewone leven willen meemaken. Zo’n dag rond de wachttoren van Fectio.

Het cultuurlandschap in de buurt van Fectio. Wat zouden die Romeinen daarvan hebben gedacht?

Noten

  1. Uit het historische gegeven dat historische gebeurtenissen niet overmatig druk bezocht zijn, kun je opmaken dat die tijdmachines er nooit zullen komen. Jammer, maar helaas.