Meneer A

De afgelopen week was ik met dingen bezig die een heel ander en veel groter belang hadden dan de sociale media. De afgelopen week werd mijn vader opgenomen in een verzorgingshuis.

Het ging niet meer. Het was geen gebrek aan liefde, integendeel, en de dagelijkse thuiszorg was een fijne steun. Maar m’n moeder kon het in haar eentje niet meer bolwerken. Mijn vader was bezig te vertrekken en zijn plekje werd langzaamaan ingenomen door ene meneer Alzheimer. Die ongenode gast begon veel te veel aandacht op te eisen.

Het was een van de naarste en verdrietigste weken in m’n leven tot nu toe. Ik heb wat afgebeld en geregeld. Die inspanning zorgt dan voor een beetje afleiding, maar niet voor ontspanning. En ik ben een emotioneel mannetje, er zijn wat tranen gevloeid.

Gelukkig heb ik het kunnen delen met m’n moeder en m’n broer, en met lieve vrienden en familie in de dichte (vaak digitale) nabijheid. Dat maakte het verdriet wat draaglijker, maar niet per se minder.

Nu moeten we gaan wennen aan het nieuwe normaal. Dat mijn ouders nu ‘gescheiden’ zijn na meer dan 60 jaar bij elkaar. Dat mijn vaders ‘thuis’ niet meer het oude vertrouwde huis van mijn moeder is. Dat meneer Alzheimer gewoon met hem mee is verhuisd en niet zal stoppen met zijn nare dwingelandij. Dat al die dingen die mijn vader zo na aan het hart lagen nog wel in ónze hoofden bestaan, maar steeds minder in het zijne.

Maar ook: dat hij opnieuw in een mooie omgeving verkeert, waar hij afgezien van die ene nare medebewoner A. toch ook liefde en goede verzorging ondervindt. En waar hij in ieder geval ’s avonds een glaasje wijn krijgt bij het eten, zoals het hoort.

En ook: dat mijn lieve moeder nu weer een kleine beetje tijd terug krijgt, om zelf te besteden aan de dingen die zij leuk vindt en liefheeft. Al zal het nog wel eventjes duren voor we met zijn allen weer ‘gewoon’ kunnen genieten.