Toneeltekst

Op het gymnasium had ik een bijzondere rector, Lucas Berk. Ik kreeg een paar jaar les van hem, klassiek Grieks.

Meneer Berk was zeer begaan met zijn leerlingen, en met de klassieke cultuur. Op een dag kondigde hij aan dat hij ons de volgende les een stuk van een Grieks toneelstuk uit het hoofd zou laten leren. Je moest als oud-gymnasiast toch op zijn minst een stuk van een Grieks toneelstuk kunnen declameren in de oorspronkelijke taal. En dan ook nog kunnen vertellen waar het over ging.

Ik was er niet geheel van overtuigd.

De les kwam. Meneer Berk onderstreepte nogmaals het belang van deze kennis en meer. Als een ware tragediespeler bouwde hij de spanning op, zonder ons overigens te vertellen welk toneelstuk wij geacht werden ons leven lang te kunnen citeren.

Ten slotte kwam het moment dat hij het bewuste citaat op het bord schreef:

Βρεκεκεκὲξ κοὰξ κοάξ

In mijn herinnering bleef het even stil in de klas.

Wat stond daar? “Brekekekèx-koàx-koáx” Dat, zo legde meneer Berk uit, was een strofe uit het blijspel Βάτραχοι, van de dichter Aristophanes.

Βάτραχοι, dat is Kikkers. En dat citaat is de tekst waarmee de kikkers in het stuk de god Dionysos tarten.

Met mijn klassieke Grieks is het nooit echt goed gekomen (daarover morgen meer), maar meneer Berk is in zijn opzet geslaagd. Ik kan nog steeds een citaat uit een klassiek Grieks toneelstuk voordragen, en ik denk dat ik dat nog wel een tijdje volhoud.