Schrijf mee: Tabee Groot Dictee

Dus het Groot Dictee stopt ermee.

Ik zal er geen traan om laten.

Ik heb nooit meegeschreven. Het Groot Dictee was één van die evenementen die ik nooit heb begrepen. Wat was toch de diepere gedachte erachter?

De kijkers taalgevoel bijbrengen kan het niet zijn geweest. Het Groot Dictee had met taalgevoel niets te maken, of het moest het opgeblazen taalgevoel van de opsteller zijn.

Met taalkennis had het ook weinig te maken. Het Dictee ging maar zelden over verraderlijke persoonsvormen. Mopperen over de tussen-n kunnen we allemaal, het heeft alleen niets met taalkennis te maken.

Het Groot Dictee had net zo goed De Grote Frikkerige Feitjes-wedstrijd kunnen heten. De winnaar was degene die toevallig de spelling kende van de honderd exotische woorden die de opsteller in de tekst had geknutseld.

Sommige van die woorden verdenk ik er trouwens van dat ze alleen maar bestaan ten behoeve van het Dictee.

 

Ik heb het Groot Dictee een paar keer gezien. Je moet toch weten waar je je over opwindt.

Ik vond er niets aan.

Ik heb niet meegeschreven. Ik schatte dat ik zo rond de dertig fouten zou maken, al kon me dat verder geen zier schelen. Als het er zestig waren geweest, had ik me er nog niets van aangetrokken.

Ik ben niet bang voor moeilijke woorden. Ik ben ook niet bang voor een woordenboek. Als ik twijfel over vorm of betekenis van een woord, dan zoek ik het op. Als ik dat moet doen voor een woord in een tekst die voor een groot publiek bedoeld is, dan is het waarschijnlijk niet het juiste woord voor die gelegenheid — tijd voor een ander woord.

Ik heb ook niets tegen feitenkennis, integendeel. Ik loop rond met een hoofd vol frikkerige feitjes. Daar heb ik soms veel plezier van. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk om een globaal idee te hebben van de geschiedenis, en dan zijn jaartallen van cruciale gebeurtenissen heel handig. En ik vind het ook goed en nuttig om de spelling en grammatica van het Nederlands te kennen. Noem het een kwestie van netheid.

Mensen mogen van mij best op de televisie strijden over wie de meeste feitjes weet. Ik kijk zelf naar volslagen nutteloze wedstrijden zoals cricketmatches, waar frikkerige feitjes minstens zo belangrijk zijn als wat er op het veld gebeurt. Maar ga niet doen alsof het correct kunnen spellen van honderd exotische woorden iets te maken heeft met taalbeheersing.

 

Er wordt gemopperd dat het Dictee ‘zomaar’ is afgevoerd. We hebben er niet eens afscheid van kunnen nemen. Alsof het zojuist gestorven huisdier meteen bij het vuil is gezet.

Ik doe hier de voorspelling dat er tóch nog een speciale afscheidsvoorstelling komt van het Groot Dictee. Met extra-exotische woorden, zodat zelfs de winnaar ruim in de dubbele cijfers zal eindigen.

Ik doe hier ook een voorstel. Laat de deelnemers de tekst ter plekke omschrijven naar helder, begrijpelijk Nederlands, zonder al die exotische woorden. Dát zou pas echt getuigen van taalbeheersing. Als ze dat doen, ga ik kijken. En misschien nog meeschrijven ook.