De tovenaar (naar Dolf Zwerver)

In de holle aarde, daar waar nooit Italië was, staat een kleine jongen achter een boom. Hij heeft zich verstopt, maar zo nieuwsgierig als hij is, is de boom geen verstopplaats.

Vol verwondering kijkt hij naar de man aan de andere kant van de heg. Een man die er zonet nog niet was, voordat hij zijn fiets parkeerde en uit de boom klom.

Waar komt hij vandaan, vraagt de jongen zich af, en uit welke tijd?

De jongen weet het niet, maar de man heeft Jeroen Bosch nog gekend. Hij heeft de schilder het ei gegeven dat op poten uit sommige van zijn panelen stapt. Het rood van zijn jas heeft hij aan Karel Appel geleend, zijn maskers aan Miró.

Hij bracht van alle plaatsen boeken mee, en voldoende drank om het volgende feest te halen. Daar werd hij steeds met luid gejuich ontvangen, want de gasten wisten dat hij zijn kunst ging vertonen.

De jongen weet dat allemaal niet. Hij ruikt het gras en de jas, hij hoort het gehijg van de hond en het geratel van het geweer. De jongen weet niet wat een geweer is. Hij kent het gevaar niet van een botaniseertrommel. In zijn wereld zijn die dingen niet bedacht, omdat er geen behoefte aan is.

Maar zijn drang om te ontdekken is groot. Wat er in zijn wereld nog niet is, is al geboren in zijn hoofd.

Hij weet dat nog niet.

De daguil weet het wel. Die doorziet het daglicht en het duister evengoed. Hij heeft de man herkend, want hij komt uit dezelfde wereld, waar de uilen wijs zijn en muizen vangen.

Nu is de holle aarde nog vredig. De uil weet dat het tijd is om verder te gaan.

En de man? Die loopt slechts zijn processie, zoals hij al eeuwen heeft gedaan door talloze werelden, in het zicht van talloze jongens die soms schilder werden, soms dichter, soms moordenaar, soms vader, en een enkele keer dat alles en meer.

Het maakt de man niets uit. Hij gaat voort en laat alleen zijn eieren na. Het is niet aan hem om ze uit te broeden.

Als zijn rondgang is voltooid in deze wereld, zal hij de ladder beklimmen en zijn fiets, en vertrekken naar de volgende.

Misschien vliegt de daguil met hem mee. Waar de man gaat is het rustig. Pas als hij vertrokken is breekt de hel los.

Geschreven in het kader van de cursus Creatief Schrijven van Schrijven in Utrecht, geïnspireerd door het schilderij De Tovenaar van Dolf Zwerver.
Omdat ik geen gezeur wil over auteursrechten, heb ik geen afbeelding van dit schilderij. Het is te zien op de blog Boeken, quilten en meer (beetje scrollen).